• Jenni

6 dingen die ik leerde over rouwen.

9 september 2020 was het twee jaar geleden dat ik één van de verschrikkelijkste dagen uit mijn leven beleefde. Wat begon als een prachtige, zonovergoten septemberdag, eindigde met een volledige knock-out. Gevloerd.

Voor wie me nog niet zo lang volgt: twee jaar geleden belde mijn papa ’s morgens met de zoveelste hartklacht. Hij belde op mijn aanraden naar de wachtpost, die niets alarmerends vond maar hem ‘ter controle’ naar het ziekenhuis stuurde. Een paar uur later kwam ik daar aan en trof ik hem, duidelijk gepijnigd maar voor de rest helemaal oké, aan op spoedgevallen. We babbelden, we lachten zelfs. Tot hij plots, iets voor 15u, helemaal verstijfde en begon te trillen. Ik grabbelde de eerste de beste verpleegster vast, en nog geen 30 seconden later stond ik verweesd toe te kijken hoe mijn vader gereanimeerd werd. Ik werd in shock naar buiten geleid en kreeg een uur later een ‘het spijt me’ te horen.

5 maanden voor die 9/9/18 stierf mijn zus aan kanker. 4 maanden na die 9/9/18 zou mijn mama volgen.

Ik kan dus wel iets vertellen over rouw.

1. Rouwen is rauw.

Het doet fysiek pijn. De eerste dagen en weken was ik letterlijk in shock en deed alles in mijn lichaam pijn. Zo erg zelfs dat ik bij het oversteken van de straat stiekem hoopte dat ik van het zebrapad gemaaid zou worden. Niet omdat ik wilde sterven, maar omdat ik even verlost wilde zijn van die afschuwelijke realiteit. Die eerste dagen, maanden, jaren, is het vooral overleven. En wachten tot die ergste pijn wegebt.

2. Het is niet iets ‘een plaats’ geven Vlak na die noodlottige dag kreeg ik heel wat berichten genre ‘heb je het al een plaats kunnen geven?’ of ‘na regen komt zonneschijn’. Uiteraard goedbedoeld, maar wanneer je nog volop in dat rauwe verdriet zit, alles behalve troostend. Omdat die het verlies laat aanvoelen als een fait-divers en het rouwproces als een formaliteit. Maar wanneer je, zoals in mijn geval, zeer plots en onverwacht afscheid moeten nemen van mensen die altijd, van bij je geboorte, een prominente rol hebben gespeeld, dan duurt het jaren vooraleer je dat ‘een plaats’ kunt geven (of het verdriet 'incorporeren', wat ik liever hoor). En dat had ik niet snel door.

3. Het is leren leven met een nieuwe realiteit

Iedereen die ooit geconfronteerd is met verlies kent het wel, de rouwtaken van Kübhler-Ross. Net zoals alle dingen in mijn leven pakte ik ook mijn rouw ondernemend aan: ik ging aankloppen bij een rouwtherapeut, bleef structuur behouden in mijn leven en ik praatte, praatte, praatte. En hoewel ik ruimte liet aan mijn verdriet, had ik niet door dat ik gewoon bezig was met taakjes afwerken. Ik praatte, praatte, praatte wel, maar ik voelde niets. Sprong op de sneltrein van het leven om niets te MOETEN voelen. Totdat ik vorig jaar heel wat rare klachten kreeg en in de wachtkamer van de dokter op de eerste bladzijde van een willekeurig boekje las ‘rouwen is leren leven met een nieuwe realiteit. Eentje zonder jouw dierbare’. En bam, daar sloeg het mij recht in mijn gezicht, als een warme passaatwind bij het opengaan van een vliegtuigdeur: ik was helemaal nog niets gewoon. Ik verwachtte nog steeds dat mijn vader ooit terug zou komen van zijn lange, verre reis. Ik verwachtte nog steeds die koffietjes in Parijs die ik mijn zus beloofde aan haar sterfbed. ik had die nieuwe realiteit, leven zonder ouders en zonder zus, gewoon van me afgesneden. Secuur.

Ik ben er nog niet, maar ik begin er nu pas een beetje aan te wennen.

4. Het is nooit gedaan

En in dat opzicht ben ik het beeld van de ‘golf’ veel meer genegen dan die taken van Ross. Mijn rouwtherapeute sprak over rouw als over het levenslang in een zee staan: soms is hij rustig, als een meer, soms komen er kleine golven, en soms één grote die je weer helemaal onderuit haalt. En zo voel ik het ook. In het begin waren er allemaal maar woeste golven. Nu bevind ik mij steeds meer in een meer. Toch is er af en toe een woeste golf. Bij een verjaardag. Bij kerst. Bij moeder- of vaderdag. Of zomaar, op een doodgewone zaterdagavond wanneer we mosselen eten en plots weer het beeld van mijn vader zie, met een grote pot mosselen in looksaus en zijn bulderende lach.

5. Het kan ook iets moois zijn

2018 is zonder meer een breuklijn in mijn leven: het werd nadien nooit meer als voorheen. In de negatieve, maar ook in de positieve zin. Ik was nooit freelancer geworden zonder dat jaar. Maar nog meer zijn alle kleine grote onmerkbare veranderingen: mijn levenslust die nog meer toenam of de liefde voor mijn gezin. Het vermogen om schoonheid te zien in een routineuze zaterdagnamiddag. De ongelofelijk dankbaarheid die ik voel doordat niets meer vanzelfsprekend is. Het heeft me het leven op een totaal andere manier laten zien, en daar ben ik zelfs dankbaar voor.

6. Kinderen rouwen ook, op hun manier

‘Mama, ik heb één droom, en dat is dat ik ooit een Djinn vind. Dan vraag ik dat corona weg gaat en dat opa en oma terugkomen.’ De dood van hun grootouders en tante is het grootste verdriet dat ik niet voor hen kan oplossen. En ja, dat breekt mijn hart. Elke keer opnieuw. En toch. Door alle anekdotes die ze vertellen, de herinneringen die ze ophalen, zijn ze tegelijk mijn grootste bron van troost. Ze dwingen me door te gaan, maar ook te vertellen. En dat houdt ze ergens levend, dichtbij ons.



#rouw #taboeloos #verhalenvertellen

93 keer bekeken

JOIN MY MAILING LIST

© 2018 by Madame Octopus. Proudly created with Wix.com

  • Black Facebook Icon
  • Black Instagram Icon