• Jenni

#personalsh*t. Tot morgen.

Maart 2018. Elke avond na het werk rijd ik naar Oudergem.

Naar een plek waarvan de inkomhal eerder doet denken aan een shoppingcenter dan aan een ziekenhuis.

De liften en de trappenhal aan een hotel.

De witte dubbele deuren met het bordje ‘Cancer Institute’ haast aan een wellnesscenter.

Het is de plek waar ik elke dag niet snel genoeg kan zijn.


Want daar ligt zij.


Daar, op die vierde verdieping, is het stil. De deuren gesloten. Het lijden onzichtbaar.

Met elke stap bonkt mijn hart harder. Omdat ik niet weet in welke toestand ik haar zal aantreffen. Omdat ik niet weet of ik de confrontatie aankan.

Omdat die kutziekte die zich ondertussen als ongedierte in haar lichaam heeft verspreid, haar verandert. Haar hersenen aantast, waardoor ze soms boos is als ik om 20u nog binnenkom. Dan zegt ze dat ik beter bij mijn gezin ben, dat mijn kinderen mij harder nodig hebben dan zijzelf. Maar er is geen plek waar ik op dat moment liever wil zijn.


Soms is ze ook vrolijk, haast goed gezind. Dan praten we over koetjes en kalfjes, over de terrasjes en de koffietjes die we buiten, als ze beter zal zijn, zullen drinken. Ik weet niet wat het zwaarst is: haar aftakeling zien of praten over dingen waarvan ik pijnlijk besef dat ze nooit meer zullen gebeuren. Die kleine stukjes hoop die telkens verbrijzeld worden.


Soms is het de plek waar ik me niet snel genoeg uit de voeten kan maken. Weg wil, de wijde wereld in, waar auto’s rijden en mensen naar hun werk gaan en ’s avonds weer thuiskomen en klagen over vervelende collega’s of ellenlange ochtendspitsen en andere futiliteiten. Waar het leven troostend banaal aanvoelt. Waar zussen van 48 niet terminaal zijn.


Mijn tranen bewaar ik voor buiten, in de auto. Mijn woede evenzeer. Want uiteindelijk zijn we uit hetzelfde hout gesneden, zij en ik. Altijd positief, lovers of life, altijd ervan uitgaand dat het beste nog komen moet. Zij spreekt niet uit wat onvermijdelijk is. Ik respecteer dat.


Tot die ene avond. 26 maart 2018, voor altijd in mijn geheugen gegrift. Dan stap ik haar kamer binnen en merk ik dat haar blik anders is. Ze spreekt woorden uit die als een afscheid klinken. Dat het geen zin meer heeft, dat ze moegevochten is. Het is een moment dat ik al menige keren in mijn hoofd heb afgespeeld, maar toen in de verste verte de ontredddering die ik nu voel niet evenaarden.


Wat ze me niet vertelt, is dat ze beslist heeft dat het daags nadien zal gebeuren. Dat dit ons laatste moment samen is. Zelfs dan houdt ze de illusie staande dat we elkaar nog zullen zien. Of ik nog één keertje met de kinderen mag komen? ’Tuurlijk’, zegt ze.


Voor ik de deur achter me dichtrek, zeg ik haar ‘tot morgen’.




#rouw #taboeloos #vooraltijdmijnzus #verhalenvertellen

0 keer bekeken

JOIN MY MAILING LIST

© 2018 by Madame Octopus. Proudly created with Wix.com

  • Black Facebook Icon
  • Black Instagram Icon