• Jenni

Twee kinderen, das een vorm van mindfullness.


Heel heel lang geleden, droomde ik van een groot gezin. Neen, ik herbegin: heel heel lang geleden wilde ik geen kinderen. Tot ik rond een jaar of 25 van gedachten veranderde (dat is een ander en lang verhaal, misschien voer voor een andere blogpost) en een groot gezin me heel fijn leek. Als ik er dan toch aan zou beginnen wilde ik geen mainstream Nutella-gezin. Mijn man komt uit een gezin van vijf kinderen en ook mijn zus had er vijf: dat was altijd een heel gezellige drukte. Drukte die ik als “semi-enig kind” (mijn broer en zus waren quasi het huis uit toen ik geboren werd) altijd gemist had.


Drie leek me ideaal. Heel misschien zelfs vier.


En toen kreeg ik effectief kinderen.


Eentje ging nog. Overdonderend wel qua emoties, maar eerder in de zin van: waarom heb ik ooit getwijfeld? Ik weet dat twijfels eigen zijn aan de menselijke conditie, maar toch. De eerste maanden waren echt van een nog nooit eerder gekende diepe, diepe liefde. Zelfs in die mate dat ik mezelf wel de rest van mijn leven genoegen zag nemen met het leven van de liefde. Van zo’n heerlijk ruikend, zalig hompje eigen gebrouwen menselijk vlees. Ik zou gewoon zo'n ganse serie maken, als dat betekende dat ik continu die love rush zou ervaren.


Maar bon, ik dwaal af. Mijn punt was dat het qua aanpassen op organisatorisch vlak allemaal nog wel meeviel.


Toen kwam Felix. Die stap van 1 naar 2 waar meer ervaren vriendinnen me voor hadden gewaarschuwd: ik was echt even onwetend toen als vóór ik aan kinderen begon. Eentje lukte en twee is toch maar eentje meer?


Felix.was.bam. In your-wat-dacht-je-wel-moeder-face. Hij was natuurlijk sowieso meer een uitdaging dan August: heel onrustig en de hele dag door wenen. Daar waar ik August overal kon meenemen – ik ging vaak tijdens mijn zwangerschapsverlof alleen met hem lunchen, waar zeurden al die ‘mijn leven is helemaal veranderd sinds ik kinderen heb-moeders’ over? – sleurde ik nu overal een krijsend kind mee. Zelfs het avondlijke autorijden dat tijdens de huiluurtjes van August altijd zeer effectief bleek te zijn, hielp nu voor geen meter.


Enfin, ik dwaal weer af. Mijn punt is dat het voor een controlefreak als ik een behoorlijk enorme controlelatende ervaring was, die stap van 1 naar 2.


We overleefden het, we slaagden er toch wonderwel in om onze relatie staande te houden, de uren slaap in te halen en zelfs nog verder te bouwen aan onze carrières. En die twee bloedjes van kinderen tot twee opgewekte, stabiele jongetjes op te voeden. Ze hebben zelfs geen post-traumatische stress opgelopen denk ik, ondanks het feit dat ik me soms om 3 u ’s nachts met een 3 maanden oude baby onder de dampkap bevond, dat krijsend hompje eigen gebrouwen menselijk vlees binnensmonds vervloekend.


Het geluid van een dampkamp werkt een beetje zoals een baarmoeder, heb ik me laten vertellen.


Het punt is, wat ik heb geleerd uit die eerste jaren als mom of two is: ik ben een stiltezoeker. Dat drukke gezin waar ik als twintiger van droomde is helaas niet aan mij besteed. Ik vind het heerlijk om met veel dingen tegelijk bezig te zijn, daarom werk ik ook in een sector waar multitasken key is. Ik haal energie uit mensen verder te helpen, deals te sluiten, dingen te organiseren en te plannen, de touwtjes in handen te hebben. En begrijp me niet verkeerd, ik vind het zalig om mama te zijn, mijn twee wildebrassen te zien opgroeien en te entertainen. Maar daar waar ik vroeger na die drukke dagtaak alleen nog maar thuis verder met drukte bezig was en nooit met mezelf, heb ik de afgelopen jaren geleerd dat ik om met die drukte bezig te kunnen blijven, voor tegengewicht moet zorgen.


Dat tegengewicht heet: alleen zijn. Me opsluiten in de bubbel. De schrijfbubbel. Of de fotografische tegenhanger. Alleen baantjes trekken in het zwembad. Of me volledig overgeven aan de yogamat. Of aan een goed boek. Als die drukte mijn yin is, dan is mijn bubbel mijn yang.


Daarnaast heb ik ook nood aan één-op-één aandacht met mijn huisgenoten. Mindfull, focus hebben voor één kind of één echtgenoot. Anders gaat het in mijn hoofd soms alle kanten uit. En lijkt het soms voor diezelfde huisgenoten dat ik niet aan het luisteren ben (soms is dat ook wel gewoon het geval, ik geef toe)


Hoe fijn dat grote gezin zich ook in theorie in mijn hoofd afspeelt, uit het bovenstaande weet ik dat +1 of +2 in mijn hoofd voor kortsluiting zou zorgen. Mijn rustzoekende, controlerende ik zou alle pedalen verliezen. Ik zou me nog meer moeten verdelen, nog meer balans moeten zoeken.


Ik denk niet dat ik dat kan.


Nu nog mijn dappere eierstok* overtuigen.


Jenni.



Mijn twee bloedjes van kinderen (die soms voor vier tellen)

* Een niet-uitgenodigde indringer zo’n 10 jaar geleden leidde tot de opoffering van mijn rechter eierstok. Het linker deed gelukkig gewoon wat van haar gevraagd werd.

186 keer bekeken

JOIN MY MAILING LIST

© 2018 by Madame Octopus. Proudly created with Wix.com

  • Black Facebook Icon
  • Black Instagram Icon